HomeBlogMultimediaContactStatistieken

Mauricio Flores Kaperotxipi

10 juni 2016 20:02 - Behaeghe Manu


Mauricio Flores Kaperotxipi werd geboren op 10 mei 1901 te Zarautz (4 jaar ouder dan onze grootmoeder, Juliana Maria Soledad Garcia).

 

Jeugd:

Mauricio moest  van kleins af aan zijn vader helpen die kleermaker was. In de voormiddag werkte hij bij zijn vader maar in de namiddag kon hij zijn tijd besteden aan zijn grote passie: tekenen. Hij begon met het volgen van lessen bij “La Juventud Antoniana de Zarautz” die werden gegeven door Lucia Urbina. La Juventud Antoniana de Zarautz was tevens de jeugdgroep waarbij onze grootmoeder en haar zus aangesloten waren. Zij waren vooral actief in zang en musical. Ze zullen hem dus zeker gekend hebben en veelvuldig samen de namiddagen doorgebracht hebben. 


Het verhaal gaat dat de Hertogin van Goyeneche en Hertog Guaqui een tekening van Kapero (afkorting van zijn naam Kaperotxipi) in een winkeletalage van San Sebastian zagen hangen, dat zij contact opnamen en zijn mecenassen werden. Als 17-jarige verhuisde hij naar Madrid en nam hij lessen in tekenen en schilderen bij  López Mezquita. Tussendoor  reisde hij veelvuldig met zijn mecenassen naar Frankrijk, Italië, België, Nederland en vele Spaanse steden.

 

  

 

Doorbraak:

In oktober 1922 neemt hij deel aan de “Exposición de Artistas Noveles Guipuzcoanos”, en werd hij beloond met de eerste prijs in de categorie schilderkunst voor zijn werk "De terugkeer van de visserij". In 1927 ging er een tentoonstelling door van zijn werk in de zalen van de Provinciale Raad van Guipuzcoa, met 70 portretten van  Baskische personen. Kaperotxipi wordt hier uitgenodigd om te exposeren in Argentinië.

In de hoofdstad van Argentinië werd een tentoonstelling gehouden met een 20-tal van zijn schilderijen met als thema Baskische folkloristische personen, landschappen en taferelen. 

Enkele tentoongestelde werken werden aangekocht door het Nationaal Museum van Buenos Aires en het Nationaal Museum van Uruguay. Wegens enorm succes volgden er nog tentoonstellingen in andere Argentijnse steden (Rosario de Santa Fe en Montevideo).

 

Verdere levensloop:

In 1933 trouwde hij met Benita Manterola, had exposities in Mexico, Chili, Uruguay, Cuba en de Amerikaanse stad Los Angeles.

In 1936 bouwde hij zijn nieuwe schilderstudio in Elgueta en werd er verrast door de burgeroorlog. Na de val van Bilbao vertrok hij naar Buenos Aires. Maar eerst nam hij nog deel aan de restauratie en evacuatie van Baskische kunstwerken in het kader van de bescherming van het cultureel erfgoed. Hij kwam aan in Argentinië in 1938 en vestigde zich enkele jaren later in de stad Mar del Plata, waar hij woonde tot 1983. Hij werd er medewerker van de krant “La Razon”.

In 1947 publiceerde hij zijn eerste boek: "Baskische en niet-Baskische schilders". 

In 1950 reist hij door Europa. Na een paar maanden in het Franse Baskenland, keert terug naar Argentinië, waar hij werkt aan schilderijen en zijn dagboek.

In 1954 publiceerde hij zijn tweede boek "Baskische kunst". 

In 1957 illustreerde hij met veertig tekeningen het boek ‘Baskische patronen" van Costantino Esla.

n 1963 publiceerde hij een boek gewijd aan de "Leven en werk van de schilder Pablo Uranga" in de collectie “Azkue Auñamendi San Sebastian”.

In 1974 keert hij naar Europa om rond te reizen en verbleef een paar maanden in Saint Jean de Luz. 

In 1983 keert hij voor de eerst na de burgeroorlog terug naar het van zijn ouders: Spanje

 

In 1984 keert hij terug naar Zarautz, woont er en sterft er in 1997.