HomeBlogMultimediaContactStatistieken

Georges Vanbesien & De Lettergilde

4 mei 2016 18:05 - Behaeghe Manu

Als laatstejaars student (rhetorica) aan het Klein Seminarie kregen de beste leerlingen de kans om tot een select groepje te behoren die zich bezig hielden met de ”Vlaamsche Letteren”. Tegenwoordig  zou men kunnen de vergelijking maken met de film ‘Dead Poets Society’ .

Deze groep noemde zich ‘De Lettergilde’ en werd in die tijd voorgezeten door Titularis Oscar Verhaeghe, welke een vooraanstaande rol speelde in de naoorlogse opleving van het Vlaams-nationalisme. (zie verder)
 
Hun activiteiten bestonden voornamelijk uit het lezen, schrijven en declameren van Vlaamse en eigen teksten.
 
 (Ledenlijst De Lettergilde 1919-1920)

Merk op:  Georges Vanbesien meet zichzelf van hier af aan de naam Joris aan, de Vlaamse naam voor Georges.

 
Van Georges Vanbesien bestaat nog een opstel voor De Lettergilde in het archief van het Klein Seminarie:
 
“Reeds hoorden wij dat Gezelle was: een stille dichter, een zoetgevooisde zanger,
de dichter van de dood … En nu kom ik u zeggen dat Gezelle ook humorist was.”
 
   
 (Uittreksels van een 33 pagina’s tellend essay)


Het Vlaams-Nationalisme na WO I

Na WO I zag het Vlaams-nationalisme zijn aanhang gestaag groeien, in het bijzonder bij de ongeduldige scholieren en studenten. Onder invloed van West-Vlaamse priesters, zoals Leo Dumoulin, Odiel Spruytte, Karel Van der Espt en Cyriel Verschaeve, die alle vier hun humaniora in het Seminarie te Roeselare hadden afgemaakt, hechtte de katholieke scholieren- en studentenbeweging zich aan het zogenaamde ‘rooms-katholieke Vlaams-nationalisme”.

Na de dood van Georges zou Monseigneur Waffelaert, via een Latijnse omzendbrief, laten weten dat een aantal priesters zich bezondigden aan “politieke vrijbuiterij” en riep hij alle weldenkende gelovigen op zich daartegen te verzetten. Hij veroordeelde het Vlaams-nationalisme zeer scherp en waarschuwde:

‘Alle priesters en clerici die wat God verhoede, openlijk of bedekt deze politiek zouden steunen, dat zij zich in een zwaarzondige materie schuldig maken aan ongehoorzaamheid en opstandig tegen het wettige, zelfs kerkelijke gezag’

Deze brief was in de eerste plaats gericht tegen Cyriel Verschaeve en Odiel Spruytte, de twee Vlaamsgezinde priesters die toen het meest in de kijker liepen, maar evenzeer tegen Oscar Verhaeghe, een andere oudgediende van het Klein Seminarie. Van 1909 tot 1924 was hij er titularis van de rhetorica. In die functie oefende hij een beslissende invloed uit op veel van zijn leerlingen. Hij was groot voorstander van het gebruik van zuiver Nederlands en bepleitte daarom in “De Vlaamsche Vlagge”, waarvan hij sinds 1913 de leiding van had, een grotere taaleenheid met Nederland. Oscar Verhaeghe werd wat later  aangesteld – of gedegradeerd, zoals sommigen fluisterden – tot kapelaan in Roeselare.